Hoe erg was dat pesten eigenlijk, mevrouw?

Het gesprek verliep al niet te soepel. Ik moet toegeven dat ik daar zelf voor een groot deel debet aan was. Best logisch gezien de omstandigheden. Ik werd belemmerd om voor mijn zoon dat te doen wat nodig was.

De rector keek me, voor mijn gevoel, sceptisch aan toen hij vroeg: “Hoe erg was dat pesten eigenlijk, mevrouw?” Ik was verbaasd over de vraag. Hoe is dat meetbaar? En is het niet zo dat elk kind nare opmerkingen en gedrag op zijn eigen manier ontvangt? Mijn zoon is erg gevoelig en hij trekt zich best snel dingen aan. Misschien was het ‘niet zo erg’. Hoewel de kopie van de paar app’s die ik ook naar de school stuurde er niet om logen. Je zal het maar op je afkrijgen dag na dag, week na week, maand na maand. Op school. Na school. Hoelang dat geduurd heeft weet ik niet eens. Ik hoorde mijzelf antwoorden: “Zou u niet degene moeten zijn die dat aan mij kan vertellen? Het is binnen uw instantie gebeurd immers”. Maar niemand daar kon het vertellen terwijl ik mijn zoon aan hen toevertrouwd had. Het pesten is daar niet gezien en toen mijn zoon heel voorzichtig aangaf ‘geen aansluiting te kunnen vinden’ werd hij niet geloofd. Sterker… hij werd toegesproken door zijn mentor dat hij dat zichzelf wijs maakte. Of toch genegeerd. Ik begreep dat er later ook een kind is geschorst of naar een andere school is gestuurd (de school mag wisselen wel bepalen, ouders niet). En ook dat er meer kinderen weg gingen of weg wilden. Maar die informatie is uit ‘de wandelgangen’.

Geen leuk imago voor onderwijs in Almere.  Dat gebeurt daar meer dan het landelijk gemiddelde. Dan maar niet toestaan?

Geen leuk imago voor onderwijs in Almere. Dat gebeurt daar meer dan het landelijk gemiddelde. Dan maar niet toestaan?

Het gaat nu niet meer om de vraag ‘Hoe erg was dat pesten eigenlijk’. Dat is een domme vraag van de rector op een moment dat je aan het uitzoeken bent welke maatregelen nodig zijn om een kind weer op de juiste rit te zetten zodat hij verder kan en de ontwikkeling weer de positieve kant op kan. Een plek waar hij zich weer (sociaal) veilig kon voelen en kon leren als een basis voor verder herstel was snel nodig. Het gesprek had dat doel voor mij, voor ons als ouders. Het doel van de school leek eerder op ‘hoe zorgen we dat er niet (weer) een kind tussentijds gaat wisselen zodat we onze naam goed houden en de lijntjes in de statistieken voor het onderwijs in de stad Almere de gewenste kant kunnen laten opgaan.

De juiste vraag is: ‘wat is de impact van het pesten geweest?’ en daar kan ik op antwoorden. Want dat mag ik als moeder dagelijks zien bij mijn kind. Zijn zelfvertrouwen is ver te zoeken. Voordat hij naar het OVC ging, kon hij redelijk autonoom zijn. Hij koos voor zijn eigen ideeën en was graag dat unieke wat hem ook zo leuk maakt. Inventief en creatief en hij had vrienden. Hij koos zijn eigen haarstijl. Gevoelig was hij altijd wel. En ook was hij op zijn hoede, want hij zag dat kinderen gepest werden. Dat gebeurt immers op alle scholen (maar daarmee is dat niet normaal). Dus mijn zoon had angst om gepest te worden. Hij nam het zichzelf al kwalijk in groep 4 (7 jaar) dat hij niet voor zijn vriendje op kwam toen die werd geplaagd. Hij vond het erg dat hij zijn hoofd omgekeerd had omdat hij bang was geweest. Hij had graag harmonie in de groep. Toen hij 3 jaar was hielp hij een kind die van zijn stoel viel. Het moest allemaal oké zijn. Zo was mijn zoon. Later lukte het hem ook wel om naar een leerkracht te stappen om het aan te geven. Maar voor een kind is het natuurlijk niet te doen om harmonie te bewerkstelligen. Daar zijn leerkrachten en mentoren voor.

Met zijn ADHD ging het op het OVC op veel vlakken al niet lekker voor hem. Hij was vaak de weg kwijt, wist niet waar hij wezen moest als er iets was veranderd, miste een uitje, raakte spullen kwijt. Op mijn vraag aan de mentor toen om wat steun daarbij is niets gedaan. “Hij heeft goede cijfers dus het gaat goed met hem”. Nee, ik denk niet dat hij gelijk gepest werd. Maar anderen wel. Vooral vanaf het tweede leerjaar toen een paar zittenblijvers in de groep kwamen. De stress nam toe bij het naar school gaan.

Nu is hij een bang kind. Hij gaat netjes naar zijn nieuwe school en durft daar al te praten. Ik weet niet hoe dat er aan toe gaat. In zijn sportteam praat hij nog niet. Het lukt hem nog niet. Hij durft niet naar het winkelcentrum en hij wil eigenlijk wel een baantje maar hij is bang voor vreemde mensen. Hij durft ook niet naar een supermarkt. Vreemd mensen daar en wat als hij iemand van zijn oude school ziet? Hij vindt zichzelf een stom, oninteressant kind waar je niet mee om zou willen gaan. Waarom zou je met iemand praten die zo saai is?

Het was nog de vraag ook of hij het redt met het schoolwerk. Dat lijkt gelukkig de goede kant op te gaan. Ook doubleren was niet zo heel erg geweest omdat dat gewoon wat rust zou kunnen geven in de eisen die hij op zichzelf voelt afkomen. Hij is overspannen en ook al wordt overspannenheid bij kinderen (door scholen) vaak opzij geschoven. Daar moet wel degelijk rekening mee worden gehouden. Dat vraagt ook heel veel van zijn omgeving. Alleen al de emoties, is iets waar iedereen in het gezin mee te dealen heeft.

Op sociaal vlak is er ook niets meer over. Er is geen enkele vriend. Ja… via Skype heeft hij contacten bij het gamen. Dat zijn zijn ‘vrienden’ en dat is zorgelijk. Bij het opvoeden is dit nu dan ook een aardige uitdaging. Niet aan de computer is ‘geen contacten’. Wel aan de computer is risico op een verslaving. Bovendien is hij in de wereld van het gamen veel gelukkiger. Daar is hij goed. Daar kan hij van alles. Hij heeft de regie over dat wat hij doet. Daar is die wereld wel oké, hier niet. Zo erg was het pesten dus, de impact laat zich zien.

Terwijl officieel nog helemaal niet vaststaat dat hij op de nieuwe school blijft (want hij is door al die starheid van de Almeerse scholen nog steeds bij het OVC ingeschreven) gaan we er maar vanuit dat hij op zekerheid daar kan steunen. Pas dan komt hij toe aan het weer opklauteren uit dat dal waar ik mijn kind niet in wens. En door dat gebrek aan zelfvertrouwen is dat heel veel energie voor hem en voor ons, ouders. Ik geef een illustratie:

Later wil hij graag games gaan ontwikkelen. Engels is, voor succes, belangrijk. Liefst wil hij Nederland uit (begrijpelijk) en in Engeland werken. Of Amerika. In ieder geval weg. In zijn profielkeuze staat dan ook ‘Cambridge Engels’ Niet makkelijk voor hem want verbaal is hij zwak. De nieuwe school weet dat en liet direct zien daar goed mee om te gaan, dat kan dus. De leerkracht adviseert een examen het laagste niveau te doen. Kinderen kunnen dat al in het tweede leerjaar. Zij schat in dat hij daarmee even een lekker succeservaring mee op kan doen. Het is niet verplicht, maar hij wil. De avond voor het examen wordt het hem te veel. Wat als hij niet weet waar hij heen moet. Hij moet ook een mondeling doen, dan moet hij praten. Daar zijn allemaal vreemde mensen. Wat! Drie onderdelen over bijna vier uur? Hoe moet ik dat volhouden! En in de ochtend is het lood. Wij praten een uur intensief en steunend op hem in dat hij beter kan gaan, hij het kan etc. Zijn innerlijke stem heeft hij even niet zelf, dus wij doen dat. En vijf minuten voordat we hadden moeten vertrekken stelt hij de vraag: “stel dat ik wel zou willen, wat ik niet wil… ” de rest hoor ik niet meer. “je wil wel, alleen je voelt even niet de moed om te gaan en daarom ga je het heel erg vinden als je straks niet bent gegaan” en ik geef aan broodjes te smeren en ik hoor hem de trap op gaan. Het lukt hem om binnen 10 minuten in de auto te zitten. Ik moet nog snel de spullen pakken terwijl mijn man de navigatie instelt. Wij voelen allebei onze wanhoop omslaan in hoop en willen dat hij zo snel mogelijk in de auto zit zodat er geen weg terug is. Wat voelen we elkaar bij dit soort dingen goed aan zeg.

En zo gaat het heel vaak. De vraag is dus niet ‘Hoe erg was het pesten?’ de vraag is ‘wat is de impact van het pesten?’ En dat ziet er dus ongeveer zo uit meneer de directeur. Die gebakken peren zijn wij nu aan het wegwerken. Ik zit schrijf dit nu in de Aristozalen en ik kijk steeds op of hij er al aan komt. Waarschijnlijk blijft hij bij mij weg. Met je moeder moet je niet gezien worden, dat geeft sociaal risico. Als hij zakt maakt dat geen moer uit. Hij heeft al lang gewonnen van de rottige angst. Hopelijk gaat hij hier sterk uit komen. Ook al blijven de littekens er vast. Dit heeft hij gewonnen. En er komen vast nog vele uitdagingen aan.

Advertenties